Het is nooit genoeg…   Er zitten 24 uur in een dag en 7 dagen in een week. Ik weet de uit-knop niet te vinden, het is nooit genoeg. Ik kan altijd meer en beter mijn best doen. Zowel op mijn werk als in mijn sporten is het nooit genoeg. Ik houd er al geen sociaal leven meer op na, heb geen relatie en ga nooit op vakantie. Ik ben 55 jaar, heb al meerdere periodes van angst en drankmisbruik doorgemaakt in mijn leven. Ik eindig toch zo als mijn vader, mijn overtuiging.  Mijn vader is 57 jaar oud geworden en na een jarenlange verslaving aan alcohol, in elkaar geslagen als zwerver in een park in Haarlem. Aan de gevolgen hiervan is hij gestorven in een ziekenhuis in Haarlem. Onze geboortestad. Ik werk in de Jeugdzorg. Na de invoering van de nieuwe Jeugdwet wordt het een chaos, ons bedrijf komt in een reorganisatie die meerdere jaren duurt. Personeel loopt weg, zorgvraag neemt toe. Een periode van enorme onrust, onveiligheid vangt aan. Ik bleek de kapitein die het zinkende schip niet wilde verlaten. Ik vulde gaten in het rooster op, werkte standaard meer uren, nam laptop en telefoon mee naar huis. We leverden 24 uur zorg, ik stond 24 uur per dag aan.  Als ik niet werk dan train ik. Overmatig. Ik loop de marathon, doe aan Crossfit en triatlon. Dit is mijn coping, ook een verslaving.     Na weer een ingrijpende verandering op mijn werk, barst bij mij de bom. Ik ben volledig overweldigd op meerdere vlakken. Ik meld mij ziek, iets wat ik jaren niet gedaan heb. Mijn wereld stort in. Ik krijg paniekaanvallen, heb sombere gevoelens. Op een familiefeestje drink ik erg veel, de gedachte aan mijn vader en dat ik ook zo zal eindigen, is sterk. Ik ben enorm gespannen, ervaar onrust, slaap niet of heel weinig. Na een paar weken probeer ik te re-integreren. Ik wil er weer bij horen, weer meedoen. Ze kunnen niet zonder mij, toch ? De spanning in mijn lijf neemt toe, re-integreren gaat niet. Ik ben radeloos en weet niet meer wat ik met mezelf aan moet. Sporten gaat inmiddels niet meer, ik kan nog maar net een trap oplopen. Ik loop de deur van mijn huisarts plat. Twee keer bel ik 112,  komt de ambulance langs.Ik heb de angst dat mijn hart het begeeft. Er mankeert mij echter niets, fysiek gezien. Een burn-out, gegeneraliseerde angststoornis en depressieve klachten, zegt mijn huisarts. Ik heb het gevoel gek te worden. Thuis sla ik, in mijn extreme onrust en angst, mijn slaapkamer kort en klein. Ik weet mijn broer te alarmeren en gil door de telefoon dat het niet meer gaat. Hij besluit, in overleg met zijn vrouw, mij op te halen. Ik ga even bij hen in Amsterdam wonen. Dit geeft mij rust. Ik lig op een kamertje en kijk naar een schilderij óf naar een boom buiten. Ik krijg zo nu en dan als het zwaar is een benzodiazepine, voorgeschreven door mijn huisarts. Er wordt voor mij gezorgd door mijn schoonzus en broer. Ik geef eraan toe, ik ben ziek. Ik heb een burn-out, een toestand van totale fysieke, mentale en emotionele uitputting veroorzaakt door langdurige en overmatige stress. Als het na een paar weken weer slecht gaat, hebben mijn broer, schoonzus, huisarts en psycholoog samen contact. Ze hebben het over mij, ik zit ernaast en kan niets. Ik voel mij toch veilig. Ik ben niet alleen, ik heb hulp.  In samenspraak met mijn psycholoog en huisarts wordt er een consult bij de psychiater aangevraagd. Ik ga medicatie krijgen om zo de rust te kunnen creëren voor therapie. Ik geef mij eraan over. Er breekt een periode aan van vallen en opstaan. Ik ga weer naar mijn eigen huis. Ik probeer vele therapieën en lees boeken over burn-out, ik werk hard aan mijn herstel. Dat is mij bekend, hard werken voor resultaat.  Na wederom een Oud en Nieuw alleen thuis, zie ik het leven op 1 januari 2024 niet meer zitten. Ik heb sterke gedachten over zelfdoding. Ik sla met mijn hoofd tegen de muur uit pure angst, paniek en ontreddering. Ik herinner mij de afspraken met mijn psycholoog en weet mijn netwerk op de hoogte te brengen. Er komt een vriend direct mijn kant op. Ik voel mij gezien en gehoord. Ook mijn psycholoog en huisarts nemen contact op. Ze zien mij, ik ben niet alleen. Mensen geven om mij. Ik ben blij met mijzelf dat ik bij deze overweldigende gedachte contact heb gezocht met mijn netwerk. In februari 2024 ga ik de WIA in. Ik ben volledig afgekeurd. Ik begrijp t eerst niet, dit ben ik toch niet? Ik ben nooit ziek. Inmiddels is het mij echter duidelijk dat ik mijzelf voor de gek houd. Het brengt uiteindelijk wel de duidelijkheid en rust die zo nodig is in mijn herstel. Ik ga yogalessen volgen om invulling te geven aan het loslaten en accepteren van mijn huidige situatie. Dit geeft mij rust, ik laat de dingen over mij heen komen. Yoga en meditatie. Ik ga me heel langzaam veilig voelen in mijn eigen omgeving. Het is zoals t is... Ik leer niet meer zo hard te werken aan herstel. Luisteren naar mijn lichaam, leven in het hier en nu. Ademhalen. Het lukt langzaam steeds beter om buiten te wandelen, alleen of samen met een vriendin/vriend. Ik rust geregeld, lig dan op de bank. Laat alle gedachten, onrust er zijn. Mijn lijf schreeuwt uit paniek dat ik moet bewegen, weg moet rennen. Maar ik blijf liggen, focus op mijn ademhaling. Voel de emotie, onrust die door mijn lijf giert maar ik blijf liggen. Dit lukt steeds beter, ik ervaar meer en meer veiligheid. In mijn huis, mijn omgeving, mijn lijf en mijn hoofd.  Ik ga als vrijwilliger aan de slag in een dierenpark. Ik leer nieuwe mensen kennen in een nieuwe omgeving, spannend maar met alles wat ik geleerd heb zie ik het als een uitdaging. Ik stel geen hoge eisen aan mijzelf. Weet mijn grenzen te bewaken, aan te geven en kan nee zeggen. Dit geeft mij voldoening. Soms met terugval maar ik ervaar dat ook herstel weer intreedt na terugval. Mijn vertrouwen groeit.  We doen allemaal maar wat, is een uitdrukking van mijn schoonzus die erg helpend is voor mij. We doen allemaal maar wat, en zo is het. Relativeren gaat steeds beter. Een vriend die jarenlang, geplaagd door een angststoornis achter de bank dook als de postbode kwam, helpt mij door luchtig te herhalen dat het allemaal goed komt. Ik ga er steeds meer in geloven. De sessies bij mijn psycholoog, de vele online cursussen, andere therapieën, mijn altijd luisterende huisarts. Mijn zoektocht naar herstel. Alles heeft uiteindelijk in meer of mindere mate bijgedragen aan mijn herstel. Accepteren en loslaten heeft ervoor gezorgd dat de puzzelstukjes in elkaar vallen. Die twee woorden: accepteren en loslaten. Zo makkelijk uitgesproken, zo enorm lastig om te doen, zo belangrijk. Het is november 2025, ik ga voor het eerst in jaren lunchen met mijn dochter. We maken eerst een fijne wandeling, hebben enorm veel plezier. Het is erg gezellig, dit heb ik zo gemist. Bij ons afscheid zegt zij met een traan van blijdschap in haar ogen, ik heb mijn papa weer terug. Het is ook zwaar voor haar en mijn omgeving geweest, realiseer ik mij.  Mijn herstel gaat gestaag. Ik heb een groot deel van mijn medicatie afgebouwd, het is september 2026. Ik heb zoveel mogen leren van deze ingrijpende periode. Een periode die nu in mijn ogen onvermijdelijk was. Het leven dat ik leefde was niet houdbaar. Ik weet nu dat ik gevoelig ben voor angsten en paniek. Dat ik verslavingsgevoelig ben. Ik leer nu om daar mee te leven. Ik ben 59 jaar oud, ouder dan mijn vader is geworden. Ik heb het doorbroken, ik ben mijzelf en ben daar trots op. Een terugkeer naar de Jeugdzorg acht ik onwaarschijnlijk omdat er nog niet veel veranderd is. Ik wil mijzelf beschermen daarin. Mijn passie ligt er wel in om mensen te ondersteunen, mensen die net als ik psychisch leed kennen of hebben gekend. Ik hoop dat ik als vrijwilliger bij de Hoofdzaak hier voorzichtig mee aan de slag kan, iets kan betekenen. Met trots en innerlijke rust durf ik nu te zeggen : Het is genoeg, ik ben genoeg… Liefs,